Vis proeven als vegetariër
Vis proeven als vegetariër
Hoe kun je zeker weten dat een gerecht goed is wat jij niet lust? Hoe kun je als medewerker met een islamitische achtergrond keuren of de spekjes lekker krokant zijn? Of houd je niet van gehaktbal en moet jij dat klassieke vlees even voorproeven? Of ben je vegetariër en moet jij de vis even keuren voordat deze op tafel wordt gezet?
Bij Keukentijgers komen we in veel verpleeghuizen en verzorgen we maaltijden voor de oudere generatie. Zoals je wellicht weet, eten zij vaak klassiek: gerechten die herkenbaar zijn en die ze al hun hele leven gewend zijn te eten. Dit kan een uitdaging zijn wanneer je een gerecht moet bereiden dat je thuis nooit hebt gegeten of gemaakt. Misschien heb je een islamitische achtergrond en ben je niet vertrouwd met bijvoorbeeld boerenkoolstamppot, of ben je een student en heb je nog nooit aardappelen gekookt. De vraag is dan: hoe weet je of iets goed is, als je het zelf nooit hebt geproefd, of niet kunt, wilt of mag proeven
1. Kies een bewoner uit!
De belangrijkste tip is om dit samen met een bewoner te doen. Schep bijvoorbeeld een stukje spek op een lepel en laat het voorproeven aan een bewoner. Vraag of het knapperig genoeg is. Dit zorgt niet alleen voor een nuttige smaaktest, maar ook voor een mooi interactiemoment met de bewoners. Heb je moeite met de taal? Kijk dan hoe je toch op een andere manier in contact kunt komen. Eten verbindt mensen, ongeacht taal of achtergrond, en zo kun je samen een fijne ervaring creëren rondom de maaltijd.
2. Betrek je collega’s
Als je een gerecht moet bereiden dat je niet kent, is het belangrijk om dit eerlijk te benoemen. Vertel bijvoorbeeld: “Ik ken dit gerecht niet en heb het zelf nooit gegeten, en ik ga het ook niet eten.” Dit kan voor sommige mensen vanzelfsprekend klinken, maar vaak staan mensen die wekelijks bijvoorbeeld stamppot eten er niet bij stil dat er collega’s zijn die dat eigenlijk niet kennen.
Vraag gerust om advies: “Hoe ziet het gerecht eruit als het goed is?” of “Hoe weet ik dat het klaar is?” Op die manier kun je alsnog een gerecht maken dat voldoet aan de verwachtingen, ook al heb je het zelf nooit geproefd.
3. Vraag het aan familieleden
‘Hoe vindt uw vader dit eten het lekkerste, proeft u even mee?’ is een leuke aanleiding om in contact te komen met de familie.
4. Vind het op Internet
Kijk eens op Internet hoe dit gerecht er uit moet zien en hoe het moet smaken. Bekijk enkele plaatjes van het gerecht en lees er over. Van veel recepten zijn ook filmpjes op YouTube te vinden. Ook 24Kitchen legt het vaak goed uit.
5. Kijk en ruik!
Ook al kun je het gerecht misschien niet eten, je kunt zeker wel kijken en ruiken! Leer van de stappen 1 t/m 3 hoe het proces verloopt en hoe het gerecht uiteindelijk het beste op tafel gezet kan worden. Hoewel niets beter is dan proeven, kun je altijd een van de eerder genoemde betrokkenen vragen om even te proeven. En als je weet dat een collega een bepaald gerecht niet eet, laat haar dan zien hoe jij het maakt. Zo leert ze via jou de kneepjes van het vak!
Minder verspillen door koken op maat
Minder verspillen door koken op maat
Minder eten klaarmaken. Dat is een van de tips om geld te besparen en is beter voor de planeet. In de zorg wordt volgens Diversio (2016) 40% van het eten weggegooid rondom de bereiding. In dit artikel focussen we graag op de hoeveelheid die nodig is!
Stel je voor, je krijgt thuis gasten. Natuurlijk wil je niet te weinig maken, dus je maakt net even wat extra. Uiteindelijk blijft er vaak een flinke hoeveelheid over die je niet op die dag op krijgt. Soms kun je het nog in de koelkast zetten, maar helaas belandt het soms ook in de prullenbak. Met de strakke budgetten in de zorg en de groeiende bewustwording dat we allemaal goed voor onze planeet moeten zorgen, is dit een extra reden om hier eens serieus naar te kijken.
Hoe ouder, hoe minder we eten
Als je de leeftijd van 70+ hebt bereikt, beweeg je over het algemeen natuurlijk minder dan een 35-jarige. En als je dan ook nog in een huis van een zorgorganisatie woont, is de kans groot dat je nog minder actief bent. Dat betekent simpelweg dat de bewoners niet zoveel meer hoeven te eten als jongere mensen. Je hoeft dus niet exact te maken wat je voor jezelf thuis ook zou maken. Natuurlijk verschilt het van persoon tot persoon, dus het is belangrijk goed te kijken naar de specifieke groep bewoners.
Minder aardappelen
Voor volwassenen wordt door het Voedingscentrum 4 tot 5 eetlepels rijst, pasta of aardappelen per dag aangeraden. Maar voor iemand van 75 jaar of ouder daalt dit naar 3 eetlepels. Dat betekent dat je een aardappel minder hoeft te schillen voor je bewoners, en dat scheelt je ook nog eens tijd! Je kunt dus eerder tevreden zijn met wat er gegeten is. Je vraagt je misschien weleens af of het genoeg is, maar dat kan dus zeker genoeg zijn!
Minder brood
Voor een vrouw van 35 is de richtlijn van het Voedingscentrum om elke dag 4 tot 5 boterhammen te eten. Bij een vrouw van 75 jaar is 3 boterhammen al voldoende. Heeft de bewoner bij het ontbijt twee boterhammen gehad? Dan kan het zomaar zijn dat één boterham bij de lunch al genoeg is! Ook dit verschilt natuurlijk per locatie of groep. Wie weet worden er bij jou wel vijf boterhammen gegeten, en dat is natuurlijk helemaal prima!
Groente blijft
Of je nu 35 jaar bent of 75 jaar, het Voedingscentrum raadt aan om dagelijks 250 gram groente te eten. Voor 70+ ers wordt aangeraden om minimaal 150 gram groente bij de avondmaaltijd te eten. Met de kleinere porties die ouderen eten, is het dus superbelangrijk om overdag ook groentemomenten in te lassen. Leg eens wat stukjes komkommer naast een broodje bij de lunch. Dip eens reepjes paprika in de hummus om half 4. Heb je een beetje extra tijd? Dan is een zelfgemaakte soep van groente die je nog in de koelkast hebt liggen de uitkomst. Dat komt de duurzaamheid ook nog eens ten goede. En de bewoners? Die kennen dat ook wel, vroeger was er tenslotte ook vaak restjessoep. Zo zorg je niet alleen voor een gezond dieet, maar draag je ook bij aan een duurzamere wereld. En dat allemaal met een knipoog naar vroeger!
Eet met de seizoenen
Eet met de seizoenen
De klimaatverandering is flink aan de gang. De zomers worden warmer in Nederland. Op elk niveau zijn we ons er bewust van dat we meer moeten letten op onze keuzes. Een van de zaken die erg helpt bij het verminderen van jouw uitstoot, is wát je koopt. Een artikel over de seizoenen die je kunt gebruiken in de zorg, maar ook thuis!
Het is september op het moment dat dit artikel uitkomt. In deze maand is het thema bij Keukentijgers Groen Genoeg. Welke groenten en fruit kun je het beste eten dit seizoen omdat dat nu geoogst wordt? Eigenlijk heel veel! Als boerendochter zie ik deze maand veel gebeuren. Uien komen van het land. Wortelen worden geoogst. Hier en daar zelfs nog wat aardappelen. Maar ook de broccoli, prei en bloemkool zie je komen. Kijk maar eens goed op het land als je eens langs een veld rijdt wat er gebeurt.
Wat eten we nu niet?
Boerenkool en spruiten zijn echte wintergroentes en kun je beter nu nog niet eten. Toch zin in stamppot? Doe dat dan met bijvoorbeeld andijvie. Verse doperwten en asperges zie je in het voorjaar. Mocht je nu nog ergens asperges kunnen kopen, is het beter om dit over te slaan. Het is duur en absoluut geen groente die past bij het najaar.
Peultjes, haricot verts en suger snaps zijn maar kort van Nederlandse bodem verkrijgbaar. Let er maar eens op of dit niet van ver weg komt. Dan wordt dit ingevlogen en is dus niet duurzaam.
Hoe weet ik wat in het seizoen is?
Meestal zijn de seizoens groenten wel in de aanbieding. Daar is tenslotte veel van aanwezig. Dit is de gemakkelijke manier om volgens het seizoen te eten.
Januari tot maart meest karig
De eerste drie maanden van het jaar gebeurt er het minste qua oogst in Nederland. Je zult zien dat er dan meer producten in de supermarkt uit het buitenland komen of dat er zelfs een iets kleiner assortiment is. Een leuke periode om wat meer te werken met bonen of nu alvast wat zaken in te vriezen. Invriezen is goed voor de portemonnee en duurzaam!
Fruit door het jaar heen
Het Voedingscentrum heeft een ezelsbruggetje voor het fruit dat je het hele jaar kunt eten en altijd een duurzame keuze is. ABCDE. Dit zijn Appels, Bananen, Citrusfruit, Druiven, En peren. Appels en peren komen uit Nederland. Bananen en Citrusfruit komen uit Zuid-Europa of Zuid-Amerika. Doordat ze met grote aantallen komen, valt de milieubelasting mee, zeggen zij. De reis van bijvoorbeeld Spanje naar hier heeft relatief weinig impact. De sinaasappel kun je dus zeker nog wel voorschotelen aan de bewoners!
Zacht fruit
Zacht fruit zoals bessen, aardbeien, bramen en frambozen, komen ook uit Nederland. Dit is echt zomerfruit. Sla deze zachte fruitsoorten over in de winter. Wat natuurlijk wel kan, is een overschot aan zomerfruit invriezen voor een smoothie of jam er van maken.
Maak het een thuis!
Maak het een thuis!
De meeste mensen in de zorg werken parttime. Sommige familieleden komen elke dag. De naasten zijn er misschien nog wel meer dan jij! In de maand ‘Ongezouten mening’ is het tijd om eens te kijken hoe familieleden zich nog meer thuis voelen en meer kunnen bijdragen in het huis.
Ruim 350.000 mensen maken op dit moment gebruik van langdurige zorg in Nederland. Stel dat er geen overlap is tussen die mensen, zijn er dus ongeveer 350.000 mensen in Nederland die soms in een langdurige zorgorganisatie komen om een naaste te bezoeken. Tenminste, als je ervan uitgaat dat iedereen één naaste heeft die er voor iemand is. Als al deze mensen een klein klusje kunnen doen op het moment dat ze er zijn, kan dat voor een groot gedeelte werk wegnemen. Dan heb jij meer tijd voor andere taken.
Een praatje en wat doen
Stel, er komt iemand om 15 uur op bezoek. Je ziet die dame wekelijks. Ze zit dan bij haar vader in de woonkamer. Ze hebben wat kleine gesprekken, maar eigenlijk komt het niet altijd zo goed uit de verf. Hoe fijn is het dan, als ze iets te doen heeft daarbij? Je kunt zulke bezoeken luchtiger maken, door bijvoorbeeld te zeggen dat ze even de aardappelen kan schillen terwijl ze daar aan tafel zit. Of je vraagt of je een keer een stapel was mag neerleggen om even op te vouwen. Ook hier run je gewoon een huishouden, wat voor meneer ook nog een huiselijke en prettige sfeer creëert.
Etenstijd!
Run je thuis een groot huishouden? Dan zeg je waarschijnlijk na het eten ook dat het tijd is om op te ruimen. Mocht er bij je werk een familielid zijn, kun je gerust vragen of ze even willen helpen. Vraag het op een vrijblijvende manier: ‘Vind je het leuk om even te helpen?’ en ze kunnen er ook gewoon ‘nee’ op zeggen.
Spelletjes
Raad je wel eens een familielid aan om een spelletje te pakken? Er staat vast wel wat in het huis. Ook deze gemoedelijke activiteit kan helpen aan een mooi moment voor de bewoner en zijn naaste en brengt een gezellige reuring in de kamer. Onthoud, jij bent deze omgeving gewend, maar voor familieleden is het vaak een heftige ervaring. Het is niet niks om je naaste ziek te zien, samen met allemaal andere mensen die ook ziek zijn. Het is niet niks om in een (groot) huis te komen in plaats van in het ouderlijk huis waar veel herinneringen zijn gemaakt. Je kunt het zelf wel invullen. Het kan juist helpen om hen soms een taak(je) te geven waardoor ze zich prettiger voelen. Waar kan jij wel een beetje hulp bij gebruiken?
Creatieve activiteiten
Nodig familieleden uit om deel te nemen aan creatieve activiteiten samen met de bewoners. Dit kan variëren van schilderen en tekenen tot knutselen en het maken van fotocollages. Je kunt bijvoorbeeld een familielid vragen om mee te helpen met het organiseren van een knutselmiddag of om samen met de bewoner een fotoboek te maken met oude en nieuwe foto’s. Dit biedt niet alleen een leuke en zinvolle tijdsbesteding, maar helpt ook bij het stimuleren van de creativiteit en het creëren van mooie herinneringen. Daarnaast zorgt het voor een gezellige en interactieve sfeer.
Hoe houd je het koel in huis?
Hoe houd je het koel in huis?
De warme maand is weer begonnen en in veel verpleeghuizen is het flink zweten geblazen. Hoe kun je jezelf, je collega’s en de bewoners zo goed mogelijk door de dag helpen? Hier zijn een paar handige tips!
1. Overdag ramen dicht
’s Ochtends, als het nog koel is, kun je de ramen openzetten om van de frisse lucht te genieten. En als het weer warmer wordt, doe je de ramen weer dicht. Zo houd je de warmte buiten.
2. ’s Avonds alles weer open
Dit geld ook voor de abond. Als de temperatuur dan ‘s avonds weer daalt, zet je de ramen weer open om de koele lucht binnen te laten.
3. Kook minder met de oven
De oven kan de ruimte flink verwarmen. Probeer daarom zo min mogelijk de oven te gebruiken en kies voor gerechten die je zonder oven kunt bereiden.
4. Gordijnen dicht
In Italië zie je vaak dat de luiken overdag dicht zijn. Minder licht betekent minder warmte. Houd overdag de gordijnen in de slaapkamers en eventueel ook in de centrale ruimtes dicht om de warmte buiten te houden. Het is misschien wat minder gezellig, maar wel veel koeler.
5. Ventilator met bevroren waterflessen
Heb je een ventilator? Met een paar waterflessen, die je eerst hebt ingevroren, kun je deze voor de ventilator zetten om de koele lucht te verspreiden. Plaats ze wel in een bak om het condenswater op te vangen.
6. IJsklontjes in het drinken
Heb je ijsklontjes? Voeg ze toe aan drankjes. Mix twee frisdranken, voeg een paar ijsklontjes en een stukje fruit toe en je hebt een heerlijke mocktail voor de bewoners om van te genieten.
7. Koud doekje
Geef de bewoners voor en na het eten een koud doekje om mee af te koelen.
8. Zomerse gerechten
Maak lichte, zomerse gerechten zoals witlofsalade met tomatenblokjes. Houd het simpel en maak kleine porties, want vaak eten mensen minder in de zomer.
9. Verkoelend eten
Pas het menu aan. Maak van gekookte aardappels een aardappelsalade. Snijd komkommers en tomaten in blokjes en vries ze in. Met wat kruiden maak je een heerlijk koud soepje. Als fruit te snel rijpt, maak het schoon en vries het in stukjes in. Gebruik dit als basis voor smoothies of als vervanging voor ijsklontjes. En als je echt niet meer weet wat te doen, open een pak perenijsjes. Zet ze in een glaasje en laat de bewoners ervan genieten. Als het ijsje smelt, hebben ze ijskoud perensap.
10. Houd het hoofd koel
De laatste tip, maar zeker niet de onbelangrijkste. Vergeet natuurlijk ook niet om zelf voldoende te drinken en houd het hoofd koel!
Met deze tips kom je de warme dagen in het verpleeghuis wel door. Veel succes en een koele zomer toegewenst!
