Inspiratiekaart ‘Gezonder koekje erbij?’
Inspiratiekaart ‘Gezonder koekje erbij?’
Het koekjes alfabet
Als het om koek gaat, kom je heel wat suikers tegen. Dit komt door koolhydraten uit het meel en de toegevoegde suikers die koekjes zoet en knapperig maken. Vooral in december ontkom je er niet aan: pepernoten, speculaas, banketstaaf, kerstkransjes en oliebollen. Of je nu diabetes hebt of niet, het is voor iedereen goed om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden. Dat is gezond voor je lichaam én je humeur.
Snelrekenen met koekjes
Een koekje bevat ongeveer 100 kcal Een volwassene heeft gemiddeld 2000 kcal per dag nodig. Eén koekje komt dus neer op 5% van de dagelijkse behoefte.
Als een koekje 10 g suiker bevat, is dat gelijk aan 2 suikerklontjes. Wees je daarom bewust van hoeveel je snoept en hoeveel plek je houd voor andere belangrijke voedingstoffen. De regel is simpel: als je meer energie binnenkrijgt dan je verbruikt, kom je aan.
Koekbasis
Koekjes bestaan meestal uit suiker, meel en boter. Zowel suiker als meel worden in je lichaam omgezet in glucose, waardoor je bloedsuikerspiegel stijgt.
Wees je bewust en eet dan gerust
- Meel… Bakmeel bevat weinig voedingsstoffen. Volkorenmeel is beter. Het bevat ook meer vezels. Het aantal koolhydraten blijft wel hetzelfde. Je kunt meel ook vervangen door amandelmeel. Dit bevat minder koolhydraten en meer voedingsstoffen, zoals eiwitten en vitamine B.
- Suiker… Je kunt koekjes ook zoeten met banaan. Gedroogd fruit, zoals dadels of rozijnen, is ook een optie. Door het drogen bevat dit fruit meer suiker per gram. Het voegt ook meer vezels en voedingsstoffen toe dan kristalsuiker. Suiker maakt koekjes knapperig… dat is lastiger met banaan.
- Boter… In boter zit veel verzadigd vet. Het is beter om echte boter te gebruiken dan goedkope alternatieven met transvetten of palmolie. Goedkopere producten bevatten vaak meer ongezonde toevoegingen. Kies liever één lekker koekje dan een trommel vol mindere kwaliteit.
- Zoetstoffen… Voor je lichaam maakt het niet uit of je kristalsuiker, honing, agavesiroop, rietsuiker of palmsuiker gebruikt. Het ziet alles als suiker. Alleen stevia levert geen calorieën en verhoogt de bloedsuikerspiegel niet.
Inspiratiekaart ‘Koken met gemak’
Inspiratiekaart ‘Koken met gemak’
Maak het jezelf gemakkelijk
Er is niets mis mee om het jezelf af en toe makkelijk te maken. Tijdens het eten gebeurt er zoveel: bewoners naar de tafel begeleiden, de tafel dekken en dan nog die onverwachte dingen die aandacht vragen. Dan is het fijn als het eten al klaarstaat in de oven, in een schaal of pan. Iets wat niet kan aanbranden en dat je zo op tafel zet. Iets wat op dat moment de stress niet verhoogt. Het hoeft zeker niet ongezond te zijn.
Bereid eerder voor
Om 15.00 uur is het vaak rustiger dan rond etenstijd. Als er geen haast is, kunnen bewoners prima helpen. Ga lekker aan tafel zitten met een pot thee en begin met het snijden van groenten. Denk bij makkelijk voorbereiden aan ovenschotels, maaltijdsalades of maaltijdsoep. Dit kun je ook klaarmaken voor de volgende dag, met bijvoorbeeld restjes aardappelen van het avondeten, of voor je collega als de bezetting niet sterk is.
Inspiratie voor ovenschotels
- Prei-kerrie-gehakt ovenschotel: Schil de aardappels vroeg in de middag aan tafel. Het maakt niet uit als ze doorkoken, want ze worden toch puree. Bak gehakt rul met prei in plaats van gehaktballen te maken. Bouw de schotel in laagjes op en bestrooi met kaas. Zet het 45 minuten in de oven. Een ovenschotel blijft lang heet, dus het maakt niet uit als je 10 minuten later eet.
- Zuurkoolschotel met warm gerookte zalm.
- Spinazie à la crème met pasta, ei en witte bonenbechamel.
- Lasagne, maar dan met courgette of pompoen in laagjes er tussendoor.
- Bloemkoolschotel, kijk hiervoor ook eens naar ons Mac and cheese recept met bloemkoolrijst erdoor.
Voorbeelden van maaltijdsoepen
Bij herfstweer denken we natuurlijk aan Nederlandse erwtensoep. Maar kijk ook eens naar andere landen, bijvoorbeeld paprikasoep met bonen en (vegetarische) pittige worst, of een Provençaalse vissoep (diepvries zeevruchten en blikje tonijn) met linzen, tomaat, venkel, ui en courgette). Bij soep hoort vaak brood, vers afgebakken met kruidenboter of tapenade. Terwijl jij de soep opschept, genieten zij al van het brood.
‘Creatiespiraal’: Waarderen #11
‘Creatiespiraal’: Waarderen #11
‘Creatiespiraal’: Ontvangen #10
‘Creatiespiraal’: Ontvangen #10
Vis proeven als vegetariër
Vis proeven als vegetariër
Hoe kun je zeker weten dat een gerecht goed is wat jij niet lust? Hoe kun je als medewerker met een islamitische achtergrond keuren of de spekjes lekker krokant zijn? Of houd je niet van gehaktbal en moet jij dat klassieke vlees even voorproeven? Of ben je vegetariër en moet jij de vis even keuren voordat deze op tafel wordt gezet?
Bij Keukentijgers komen we in veel verpleeghuizen en verzorgen we maaltijden voor de oudere generatie. Zoals je wellicht weet, eten zij vaak klassiek: gerechten die herkenbaar zijn en die ze al hun hele leven gewend zijn te eten. Dit kan een uitdaging zijn wanneer je een gerecht moet bereiden dat je thuis nooit hebt gegeten of gemaakt. Misschien heb je een islamitische achtergrond en ben je niet vertrouwd met bijvoorbeeld boerenkoolstamppot, of ben je een student en heb je nog nooit aardappelen gekookt. De vraag is dan: hoe weet je of iets goed is, als je het zelf nooit hebt geproefd, of niet kunt, wilt of mag proeven
1. Kies een bewoner uit!
De belangrijkste tip is om dit samen met een bewoner te doen. Schep bijvoorbeeld een stukje spek op een lepel en laat het voorproeven aan een bewoner. Vraag of het knapperig genoeg is. Dit zorgt niet alleen voor een nuttige smaaktest, maar ook voor een mooi interactiemoment met de bewoners. Heb je moeite met de taal? Kijk dan hoe je toch op een andere manier in contact kunt komen. Eten verbindt mensen, ongeacht taal of achtergrond, en zo kun je samen een fijne ervaring creëren rondom de maaltijd.
2. Betrek je collega’s
Als je een gerecht moet bereiden dat je niet kent, is het belangrijk om dit eerlijk te benoemen. Vertel bijvoorbeeld: “Ik ken dit gerecht niet en heb het zelf nooit gegeten, en ik ga het ook niet eten.” Dit kan voor sommige mensen vanzelfsprekend klinken, maar vaak staan mensen die wekelijks bijvoorbeeld stamppot eten er niet bij stil dat er collega’s zijn die dat eigenlijk niet kennen.
Vraag gerust om advies: “Hoe ziet het gerecht eruit als het goed is?” of “Hoe weet ik dat het klaar is?” Op die manier kun je alsnog een gerecht maken dat voldoet aan de verwachtingen, ook al heb je het zelf nooit geproefd.
3. Vraag het aan familieleden
‘Hoe vindt uw vader dit eten het lekkerste, proeft u even mee?’ is een leuke aanleiding om in contact te komen met de familie.
4. Vind het op Internet
Kijk eens op Internet hoe dit gerecht er uit moet zien en hoe het moet smaken. Bekijk enkele plaatjes van het gerecht en lees er over. Van veel recepten zijn ook filmpjes op YouTube te vinden. Ook 24Kitchen legt het vaak goed uit.
5. Kijk en ruik!
Ook al kun je het gerecht misschien niet eten, je kunt zeker wel kijken en ruiken! Leer van de stappen 1 t/m 3 hoe het proces verloopt en hoe het gerecht uiteindelijk het beste op tafel gezet kan worden. Hoewel niets beter is dan proeven, kun je altijd een van de eerder genoemde betrokkenen vragen om even te proeven. En als je weet dat een collega een bepaald gerecht niet eet, laat haar dan zien hoe jij het maakt. Zo leert ze via jou de kneepjes van het vak!
