door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Hapje vooraf’
In een restaurant noemen ze dat chique een amuse. Het woord amuseren zit hier duidelijk in. Het is dus letterlijk bedoeld om je even bezig te houden, totdat de eerste gang komt. Hoe fijn is het als mensen alvast tevreden aan tafel zitten? Deze maand draait om volkoren, met name door de positieve bijdrage aan de vezels op het menu. Om hier meteen meer mee aan de slag te gaan, nemen we als basis van de hapjes toastjes, Italiaanse bruschetta en canapés. Natuurlijk kiezen we voor de volkoren variant
Waarom zou je het serveren?
- Smaakpapillen activeren – Door de smaakpapillen te prikkelen, bereidt het lichaam zich voor op de komst van eten. Kauwen en slikken gaat beter.
- Eerste indruk geven – Het geeft een voorproefje van wat men kan verwachten.
- Eetlust opwekken – Een kleine, smaakvolle amuse maakt gasten nieuwsgierig naar de volgende gangen.
- Sfeer en beleving versterken – Het voelt als een extraatje en geeft een gevoel van luxe en gastvrijheid.
Bruchetta
Dit is een geroosterde stukje brood, meestal ciabatta of stokbrood, met een smaakvolle topping. Het is ook een goede manier om oud brood te verwerken. In Nederland kennen we dit als broodsoldaatjes. Gebruik dit recept om zelf bruchetta te maken, dan heb je zelf in de hand hoe hard ze worden. Smaakvolle toppings met groente zijn:
- Gepofte tomaat met pesto *
- Pompoenpuree met honing en walnoot
- Gegrilde paprika of andere groente met feta
- Bloemkoolmousse met Parmezaanse kaas
- Doperwtencrème met munt *
- Fijne broccoli met ansjovis en rode peper
Canapés, niet om op te zitten?
Canapés zijn kleine, feestelijke hapjes die vaak op een dunne basis worden geserveerd, zoals toast, bladerdeeg of een cracker. Maar een plakje komkommer kan ook. Hier zijn enkele voorbeelden:
- Toastje roomkaas pureren met spinazie en snippertje zalm
- Plakje gekookt ei op een schijfje aardappel met mayo
- Mini groente tarte tartin *
- Mini sandwich met komkommer en hummus
- Plakje biet met augurk en roomkaas op roggebrood
- Bloemkool met kerriemayonaise in cupje
- Wortelcrème met komijne-kaas
- Schijf courgette gegrild of gebakken met muhammara *
* De recepten vind je op: keukentijgers.com
door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Fingerfood, eten met je handen’
Regie bij eten letterlijk terug in handen geven
Fingerfood gaat niet over sushi of tapas, maar over handzaam eten voor mensen met verminderde motoriek of dementie. Fingerfood is een slimme oplossing voor mensen die te moe zijn om bestek op te tillen of vergeten zijn hoe het ook alweer moest met mes en vork. Door hen zelf te laten pakken, kunnen ze zelf kiezen en op hun eigen tempo eten. Zo geef je hen een stukje regie terug.
Fingerfood: fun en voedzaam
- Zet fingerfood in om mensen voor het eten al bezig te houden en serveer wat groenten al snack vooraf.
- Kleurrijke reepjes groenten, eventueel iets gegaard. Met een kruidige yoghurtdip (bijv. feta prakken en verdunnen met yoghurt) of hummus.
- Kant- en-klaar uit het vak: bloemkool- of wortelsnack. Al heeft een trosje veldsla ook een grote pakkans.
- Trio groentefingers, uienringen, vegetarische balletjes of burgers (bijv. Rondo’s van Bonduelle, groentenballetjes van Gourmet)
Brand je vingers niet!
- Voor fingerfood bij de warme maaltijd is wat meer creativiteit nodig. Bedenk van te voren alvast hoe je dat gaat doen.
- Vlees en vis in stukjes snijden of kleine (gehakt)balletjes maken. Denk ook aan kibbeling, vissticks en kipnuggets.
- Hartige pannenkoek, bijvoorbeeld met prei en zalm. Of maak eens een omelet, frittata of quiche en snijd die in stukjes
- Grote pasta (bijv. penne, ravioli). Of meng macaroni met ei en kaas mengen en in muffinvorm bakken
- Burgertjes maken van stamppot met bloem, ei en paneermeel als korst. Of van aardappelen: rösti-, aardappelgratin-rondjes of natuurlijk frites.
- Handzame groente (bijv. sperziebonen, worteltjes, bloemkoolroosjes, broccoli, champignons, paprika).
Mag je met de handen eten?
Eten begint met zien en ruiken, maar ook het tastzintuig speelt een rol: het voelt de structuur en temperatuur van het eten. Dit ‘proeven met de handen’ kan de eetervaring verbeteren. Eten met de handen is een oerinstinct, zoals je kunt zien bij jonge kinderen. Het gebruik van bestek wordt aangeleerd.
door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Optoppen met zaden’
Zaadjes en pitten geven veel voedingskracht
In een eetlepel zaden en pitten zit veel voedingskracht in de vorm van gezonde vetten (en omega-3 vetzuren), eiwitten en vezels. Ook geven ze smaak, decoratie en knapperigheid aan het gerecht, wat de positieve ervaring van het eten verstrekt. Lees verder hoe je dit kunt doen:
Granola
Granola is gemaakt van haver, noten en zoetstoffen. Naast toevoeging aan je zuivel bij het ontbijt of dessert kan het ook als snack op zichzelf gegeten worden. Het wordt beschouwd als een gezonde optie vanwege de hoge vezel- en eiwitgehalte. Maak op de afdeling eens je eigen granola mix: 3 kopjes havervlokken, 1 kopje gemengde noten (bijvoorbeeld walnoten, hazelnoten, amandelen), 1/2 kopje gesneden kokosolie / boter, 1/2 kopje honing, snufje zout en 1 tl kaneel. Meng de ingrediënten en bak ze 20 min op 180 graden in de oven. Roer af en toe om verbranden te voorkomen. Laat afkoelen en voeg eventueel gedroogd fruit toe, zoals rozijnen of cranberry’s. Hoe ziet jullie mix eruit?
Salades
Zonnebloempitten en pompoenpitten kun je rauw of iets gebruineerd op een salade doen. Beide zijn een goede bron van eiwitten. Om de zaden knapperig te maken en de geur los te laten komen, kan je de noten even in een droge koekenpan goudbruin laten worden. Heb je meteen de kooktechniek bruineren geleerd.
Repen, toast crackers en koeken
Kies producten waar zaden en pitten inzitten. Producten zoals sesamtoast en lijnzaadcrackers kosten meestal niet veel meer en zijn gewoon lekker..
door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Gezonder koekje erbij?’
Het koekjes alfabet
Als het om koek gaat, kom je heel wat suikers tegen. Dit komt door koolhydraten uit het meel en de toegevoegde suikers die koekjes zoet en knapperig maken. Vooral in december ontkom je er niet aan: pepernoten, speculaas, banketstaaf, kerstkransjes en oliebollen. Of je nu diabetes hebt of niet, het is voor iedereen goed om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden. Dat is gezond voor je lichaam én je humeur.
Snelrekenen met koekjes
Een koekje bevat ongeveer 100 kcal Een volwassene heeft gemiddeld 2000 kcal per dag nodig. Eén koekje komt dus neer op 5% van de dagelijkse behoefte.
Als een koekje 10 g suiker bevat, is dat gelijk aan 2 suikerklontjes. Wees je daarom bewust van hoeveel je snoept en hoeveel plek je houd voor andere belangrijke voedingstoffen. De regel is simpel: als je meer energie binnenkrijgt dan je verbruikt, kom je aan.
Koekbasis
Koekjes bestaan meestal uit suiker, meel en boter. Zowel suiker als meel worden in je lichaam omgezet in glucose, waardoor je bloedsuikerspiegel stijgt.
Wees je bewust en eet dan gerust
- Meel… Bakmeel bevat weinig voedingsstoffen. Volkorenmeel is beter. Het bevat ook meer vezels. Het aantal koolhydraten blijft wel hetzelfde. Je kunt meel ook vervangen door amandelmeel. Dit bevat minder koolhydraten en meer voedingsstoffen, zoals eiwitten en vitamine B.
- Suiker… Je kunt koekjes ook zoeten met banaan. Gedroogd fruit, zoals dadels of rozijnen, is ook een optie. Door het drogen bevat dit fruit meer suiker per gram. Het voegt ook meer vezels en voedingsstoffen toe dan kristalsuiker. Suiker maakt koekjes knapperig… dat is lastiger met banaan.
- Boter… In boter zit veel verzadigd vet. Het is beter om echte boter te gebruiken dan goedkope alternatieven met transvetten of palmolie. Goedkopere producten bevatten vaak meer ongezonde toevoegingen. Kies liever één lekker koekje dan een trommel vol mindere kwaliteit.
- Zoetstoffen… Voor je lichaam maakt het niet uit of je kristalsuiker, honing, agavesiroop, rietsuiker of palmsuiker gebruikt. Het ziet alles als suiker. Alleen stevia levert geen calorieën en verhoogt de bloedsuikerspiegel niet.
door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Koken met gemak’
Maak het jezelf gemakkelijk
Er is niets mis mee om het jezelf af en toe makkelijk te maken. Tijdens het eten gebeurt er zoveel: bewoners naar de tafel begeleiden, de tafel dekken en dan nog die onverwachte dingen die aandacht vragen. Dan is het fijn als het eten al klaarstaat in de oven, in een schaal of pan. Iets wat niet kan aanbranden en dat je zo op tafel zet. Iets wat op dat moment de stress niet verhoogt. Het hoeft zeker niet ongezond te zijn.
Bereid eerder voor
Om 15.00 uur is het vaak rustiger dan rond etenstijd. Als er geen haast is, kunnen bewoners prima helpen. Ga lekker aan tafel zitten met een pot thee en begin met het snijden van groenten. Denk bij makkelijk voorbereiden aan ovenschotels, maaltijdsalades of maaltijdsoep. Dit kun je ook klaarmaken voor de volgende dag, met bijvoorbeeld restjes aardappelen van het avondeten, of voor je collega als de bezetting niet sterk is.
Inspiratie voor ovenschotels
- Prei-kerrie-gehakt ovenschotel: Schil de aardappels vroeg in de middag aan tafel. Het maakt niet uit als ze doorkoken, want ze worden toch puree. Bak gehakt rul met prei in plaats van gehaktballen te maken. Bouw de schotel in laagjes op en bestrooi met kaas. Zet het 45 minuten in de oven. Een ovenschotel blijft lang heet, dus het maakt niet uit als je 10 minuten later eet.
- Zuurkoolschotel met warm gerookte zalm.
- Spinazie à la crème met pasta, ei en witte bonenbechamel.
- Lasagne, maar dan met courgette of pompoen in laagjes er tussendoor.
- Bloemkoolschotel, kijk hiervoor ook eens naar ons Mac and cheese recept met bloemkoolrijst erdoor.
Voorbeelden van maaltijdsoepen
Bij herfstweer denken we natuurlijk aan Nederlandse erwtensoep. Maar kijk ook eens naar andere landen, bijvoorbeeld paprikasoep met bonen en (vegetarische) pittige worst, of een Provençaalse vissoep (diepvries zeevruchten en blikje tonijn) met linzen, tomaat, venkel, ui en courgette). Bij soep hoort vaak brood, vers afgebakken met kruidenboter of tapenade. Terwijl jij de soep opschept, genieten zij al van het brood.
door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Ideeën voor het menu’
Hoe, wie of wat bepaalt wat er op het menu komt te staan. Wanneer en waar gebeurt dit? Hoeveel invloed hebben de bewoners en hoeveel invloed kan je ze geven zonder dat het iedere dag patat wordt? Enfin, hoe komt het menu tot stand en hoe kan je het beter maken?
Basis stappen
Voor een gevarieerd en praktisch weekmenu, dat aan de voedingsbehoeften voldoet en tijd, geld en stress bespaart.
- Plan je maaltijden en de tussendoortjes : ga na wat de bewoners lekker vinden. Noteer voor elke dag de hoofdmaaltijd. Is er ruimte om fruit, iets extra’s bij de lunch en de snack op het menu te zetten? Noteer ook de alternatieven voor dieetwensen.
- Variatie is Belangrijk: zorg voor een mix van verschillende voedingsmiddelen, zoals groenten, fruit, vlees, vis, en granen.
- Controleer de Voorraad: kijk wat je al in huis hebt om verspilling te voorkomen en vul aan wat je nog nodig hebt.
- Maak een boodschappenlijst: noteer alle ingrediënten die je nodig hebt voor de maaltijden. Dit helpt je om gericht te winkelen of online te bestellen en niks te vergeten.
- Overweeg gemak en tijdsbesparing: kies gerechten die passen bij het schema. Plan makkelijke maaltijden voor drukke dagen en wat uitgebreidere maaltijden voor rustige dagen.
- Flexibiliteit: laat ruimte voor veranderingen. Soms kan je de dag anders gaan, dus het is handig om af en toe een flexibele maaltijd opties te hebben. Of om gebruik te kunnen maken van aanbiedingen.
Je als een vis in het water voelen
Natuurlijk staan de wensen van de bewoners centraal. Maar jij als professional kan hier bijsturen. Want wanneer iemand zich gezond voelt, draagt dit bij aan het gevoel van welzijn. Gezonde mensen voelen zich gelukkiger. Jij kan de bewoners hierbij helpen. Met jouw kennis kan je ze mensen de goede kant opsturen door bijvoorbeeld te wijze op variatie, het belang van vette vis of juist stimuleren eens gewoon lekker te genieten. De elementen van een gezond weekmenu. Dit moet niet van ons, maar dit is wat het lichaam wenst om goed te werken. Ieder maand komt een thema aanbod en lees je waarom dit goed is en hoe je dit doet. Deze maand dus vette vis.
Elementen voor gezond weekmenu
- Voeg minstens 1 keer per week ongezouten noten toe aan het menu
- Zorg voor 125 g volkoren graanproducten per dag. Kijk of je kan overstappen naar volkoren boterhammen, pasta of rijst
- Bied 80 – 100 g eiwit per dag aan en gebruik tussen 250 en 500 ml melk of melkproducten per dag.
- Geef dagelijks 2 stuks fruit. Stel als regel koffie met een koekje én een stukje fruit.
- Zet wekelijks peulvruchten op het menu. Vervang 1 keer per week vlees door peulvruchten of 2 keer per week gedeeltelijk.
- Beperk de hoeveelheid keukenzout tot maximaal 6 g per dag. Vermijd kant-en-klare producten
- Bied dagelijks 250 g groenten aan, verspreid over de dag. Zorg voor ten minste twee kleuren groenten op het bord.
- Vervang dierlijke producten door meer plantaardige alternatieven. Gebruik smeerbare vetten en plantaardige olie.
- Maak bewuste keuzes over suikers. Zorg ervoor dat maaltijden lekker en herkenbaar zijn, en dat je van het eten kunt genieten.