Inspiratiekaart: Invullen van het weekmenu

Inspiratiekaart: Invullen van het weekmenu

Inspiratiekaart: Invullen van het weekmenu

Is dat de kok, de voedingsassistent, een vaste menucyclus, de leverancier of bepalen de mensen voor wie je kookt mee? Wanneer wordt het menu gemaakt? Waar gebeurt dat? En hoeveel invloed hebben patiënten of bewoners eigenlijk? Hoe geef je ze meer keuze, zonder dat er iedere dag patat op het menu staat?

Hoe komt het menu bij jullie tot stand?

  • Sta eens stil bij hoe jullie menu tot stand komt.
  • Wie beslist?
  • Waarop worden keuzes gebaseerd?
  • Weet je wat er in de voedingsvisie staat?
  • Wat vind jij belangrijk als je het gerecht serveert?
  • En waar liggen kansen om het menu nóg lekkerder, voedzamer en passender te maken?
  • Hoe kan je wensen of aanpassingen doorgeven?

Keuzes en nog meer keuzes

Elke zorgorganisatie wil een gevarieerd menu, wat de mensen smaakt. Daarnaast moet het voldoen aan de voedingsbehoeften, passen binnen de beschikbare tijd en het budget, én uitvoerbaar zijn op locatie door de medewerkers. Oh ja: we willen ook dat het duurzaam en lokaal is. Dat past niet en gaat wringen. Dus maak een keuze voor 3 belangrijke elementen en vul de rest daarna pas in.

Bouwstenen kiezen

Stel dat je een pot moet vullen met water, zand, 3 grote stenen en 20 kiezels. Alles moet erin. Maar in welke volgorde? Begin je met het water en het zand, dan is de pot al snel te vol voor de grote stenen. De truc: begin met de 3 grote stenen. Voeg daarna de kiezels toe, dan het zand en als laatste het water. Alles vindt zijn plek tussen de grotere onderdelen. De les? Begin met wat het belangrijkst is. De rest bouw je daaromheen.

Elementen voor gezond weekmenu

Niet alle wensen, richtlijnen en voedingsadviezen passen iedere week volledig meteen in één menu. Daarom hakken we bij Keukentijgers de voedingsadviezen op in 12 behapbare stukken.

Zo kun je iedere maand op één onderwerp focussen, ermee oefenen en het stap voor stap eigen maken. Focus deze maand bijvoorbeeld op één keer per week vette vis en zet dat op het menu en vul aan met 2 andere elementen die bij jullie belangrijk zijn.

Plusopdracht

En dan blijkt jouw pot opeens een vissenkom te zijn. Jij bent de goudvis en wilt er ook nog vrij in kunnen rondzwemmen. Hoe pak je het nu aan?

Wat laat je weg, waar maak je ruimte en wat moet absoluut in de kom blijven?

Inspiratiekaart: ‘Kleur de dag met groenten’

Inspiratiekaart: ‘Kleur de dag met groenten’

Inspiratiekaart: Kleur de dag met groenten

250 gram groente is best een hele berg als je die in een keer moet op eten. Daarbij is ook nog het advies om verschillende groenten te eten. Dat is op het menu vaak weer een gedoe. Maak het behapbaar voor jezelf en voor patiënten of cliënten door de groente aan te bieden gedurende de hele dag. Groenten zijn gezond doordat ze vitamines, mineralen en vezels leveren en weinig calorieën. Daarnaast geven ze ook nog kleur aan het eten! En wist je dat verschillende kleuren groenten vaak ook verschillende voedingsstoffen bevatten. Kortom, hoe kleurrijker, hoe gevarieerder!

Alle beetjes helpen

Het hoeft niet veel te zijn. Zie het als een amuse in een restaurant. Zo’n hapje is bedoeld om mensen bezig te houden, zichzelf te amuseren en alvast de eetlust en interesse voor het eten op te wekken.

Twee groentes

Daag jezelf uit om thuis en als het lukt op het werk bij de hoofdmaaltijd altijd 2 kleuren groente op het bord te leggen. Voor het oog al fijn, maar zo krijg je meer gevarieerde voedingsstoffen binnen.

Groenten door de dag

  • Ontbijt met avocado op toast, omelet met tomaat en champignons óf een wortelmuffin
  • Bietenbrownies voor bij de koffie of durf je een maisboterkoek te maken?
  • Lunch? Doe een plakje tomaat of komkommer op de boterham. Voor de pit wat radijs.
  • Kijk eens in het vak van de diepvries en zoek naar de groentesnacks.
  • Gebruik vegetarische groenteballetjes of falafel als snack. Een ideale middagsnack!
  • Soep is een mega-groente-slurper en de koude versie – een groente smoothie – past prima na bijvoorbeeld fysieke inspanning. Heel groen hoeft dit niet te worden. Een hand spinazie door een bosbessen smoothie, zie en proef je amper. Wanneer je minder vocht toevoegt, heb je een groentedessert, een soort milkshake.

Borrel met groenten

  • Snoep alvast wat groente voordat je aan tafel gaat
  • Houd rekening dat het makkelijk met de vingers en zelfstandig te eten is
  • Paprikachips met reepje paprika of een muhammara dip
  • Blokje kaas met half tomaatje of augurkje erbij
  • Serveer als snack 3 toastjes op een bord en leg daar veldsla, komkommer, kroepoek en wat chilisaus bij
Inspiratiekaart: ‘Kruiden geven kleur, geur en smaakvariatie

Inspiratiekaart: ‘Kruiden geven kleur, geur en smaakvariatie

Inspiratiekaart: Kruiden geven kleur, geur en smaakvariatie

Verse kruiden maken een maaltijd meteen een stuk aantrekkelijker. Zodra er een bord met fijngehakte peterselie, basilicum of dille op tafel staat, komt de geur je direct tegemoet. En die heerlijke geur wekt meteen de eetlust op! Als mensen ouder of ziek worden, gaan hun reuk en smaak vaak achteruit. Eten smaakt daardoor al snel flauw. Smaakprofessor Peter Klosse legt uit dat zout vooral een smaakversterker is. Wie liever minder zout gebruikt, kan het eten heel goed op smaak brengen met specerijen, mosterd, gember, citroensap en verse kruiden. Zo geef je een gerecht op een gezonde manier meer geur, kleur én variatie.

Dragon

Dragon is een van de weinige kruiden die van nature smaakversterkend werkt. Het heeft een verfijnde, peperachtige anijssmaak met een friszoete ondertoon. Dragon versterkt de smaak van sauzen, vlees en vis en is een smakelijk alternatief voor extra zout. In de Franse keuken speelt dragon een hoofdrol in de beroemde bearnaisesaus. De anijssmaak brengt de frisse zuren van de azijn en de romige boter mooi in balans.

Inspiratie

  • Voeg verse dragon toe aan mayonaise of een dressing. Denk bijvoorbeeld aan remouladesaus voor bij kibbeling.
  • Gebruik gedroogde dragon bij kip met gebakken champignons.
  • Serveer dragonolie bij zalm of andere visgerechten.

Basilicum

Net als dragon, peterselie en dille is basilicum een zacht kruid. Meestal gebruik je alleen de blaadjes, die je vlak voor het serveren toevoegt.

Basilicum is onlosmakelijk verbonden met de Italiaanse keuken. Zelfs een paar blaadjes op een rookworst geven het gerecht al een Italiaans tintje. De lichtzoete smaak, met een vleugje kaneel, past perfect bij zomerse gerechten. Dankzij de volle smaakbeleving heb je vaak minder behoefte om extra zout toe te voegen.

Het bekendste gerecht met basilicum is de salade caprese: tomaat, mozzarella, basilicum en olijfolie. Samen vormen deze ingrediënten de kleuren van de Italiaanse vlag.

Basilicum past ook perfect op een pizza of als garnering bij een kom tomatensoep. Verhit basilicum liever niet te lang, want dan verliest het kruid veel van zijn smaak. Voeg de blaadjes daarom pas vlak voor het serveren toe.

Verse basilicum smaakt het lekkerst. Koop een plantje of een zakje verse basilicum. Zet een plantje op een lichte plek, bijvoorbeeld in de vensterbank.

Inspiratie

  • Maak als tussendoortje een kleine salade caprese door een cherrytomaat, een mozzarellabolletje en een blaadje basilicum aan een prikker te rijgen.
  • Basilicum is het hoofdingrediënt van pesto. Lekker als smeersel op brood of door een pastagerecht.
  • Rol een kippendijfilet op met zongedroogde tomaat en een lepel pesto.
  • Gebruik pesto in een groentelasagne om de courgette op smaak te brengen. Sluit de lasagne af met de bonenbechamel (zie website).

Dille

Dille heeft een frisse, licht citrusachtige smaak met een vleugje anijs. Het kruid past goed bij vis, zuivel en zure smaken. Bekende gerechten waarin dille een hoofdrol speelt zijn gravad lax, Zweedse köttbullar, dille-augurken (dill pickles) en aardappelsalade.

Ook tzatziki werd oorspronkelijk met dille gemaakt. Tegenwoordig wordt vaak munt toegevoegd of gebruikt in plaats van dille.

Inspiratie

Gooi een lege pot augurken niet weg. Snijd een komkommer in plakjes en leg deze in het overgebleven augurkenzuur. Voeg wat verse dille toe en laat het een dag staan. Zo maak je eenvoudig je eigen dillekomkommer.

Peterselie

Peterselie is een van de meest gebruikte kruiden in de keuken. Het heeft een frisse, hartige en licht peperige smaak die veel gerechten net wat meer smaak geeft. Er zijn twee bekende soorten: krulpeterselie en platte peterselie. Platte peterselie heeft een krachtigere smaak, terwijl krulpeterselie vaak als garnering wordt gebruikt. Voeg verse peterselie pas op het einde toe, zodat de smaak en kleur goed behouden blijven.

Peterselie kennen we vooral van kruidenboter of als garnering over aardappelen. Toch is het een kruid dat in keukens over de hele wereld wordt gebruikt. Je vindt het bijvoorbeeld terug in de Libanese tabouleh, Franse persillade, Vlaamse mosselen en Italiaanse gremolata.

Inspiratie

Maak eens een gremolata: een frisse mix van fijngehakte peterselie, knoflook en citroenrasp. Strooi deze vlak voor het serveren over vis, pasta of aardappelen. Je kunt er ook een zomerse dressing van maken door citroensap en olijfolie toe te voegen.

Gebruik peterselie wat vaker als smaakmaker. Hak het fijn en strooi het over een gerecht voor extra smaak, kleur en een frisse uitstraling. Zo oogt een maaltijd direct verser.

Gooi de steeltjes niet weg. Juist daarin zit veel smaak. Gebruik ze bijvoorbeeld om bouillon extra smaak te geven.

Koriander

Staat er in een Aziatisch recept peterselie? Dan wordt vaak koriander bedoeld. Koriander is, in tegenstelling tot peterselie, geen allemansvriend. Je vindt het heerlijk of je moet er helemaal niets van hebben.

Dat komt doordat een klein deel van de mensen een genetische variant heeft, waardoor koriander een zeepachtige smaak heeft. Voor anderen smaakt het juist fris, citrusachtig en licht peperig. Bij pittige gerechten kan die zeepachtige smaak zelfs helpen om de scherpte te verzachten.

Korianderblad wordt veel gebruikt in onder andere guacamole en Thaise gerechten.

Niet alleen het blad, maar ook het zaad van de koriander wordt veel gebruikt. Dit zaad heet ketoembar en roept veel minder negatieve reacties op. Je vindt het onder andere terug in Indonesische boemboes, Indiase curry’s en Hollandse speculaaskruiden.

Bonenkruid

Bonenkruid zit een beetje tussen de zachte en houtachtige kruiden in en behoort tot dezelfde plantenfamilie als tijm en oregano. Toch wordt het veel te weinig gebruikt. Daarom verdient het deze maand een plek in de schijnwerpers.

Zoals de naam al zegt, is bonenkruid de klassieke partner van bonen. Dat is niet voor niets. Bonenkruid bevat etherische oliën, zoals carvacrol en thymol. Deze kunnen de vorming van darmgassen verminderen en de spijsvertering ondersteunen. Daarom werd bonenkruid vroeger vaak met bonen meegekookt. Aan die combinatie dankt het kruid zijn naam.

Praktische toepassingen

  • Kook een takje bonenkruid mee met de tuinbonen.
  • Verwijder het takje voor het serveren.
  • Voeg daarna een beetje boter of olijfolie toe.
  • Lekker in combinatie met peterselie of munt.

Tip: Kook verse tuinbonen 8 tot 12 minuten. Zijn ze groter of wat ouder? Verwijder dan het buitenste vliesje (dubbel doppen). Zo worden ze zachter en zoeter van smaak.

Inspiratiekaart ‘Hoe zat het ook alweer met diëten?’

Inspiratiekaart ‘Hoe zat het ook alweer met diëten?’

Inspiratiekaart ‘Hoe zat het ook alweer met diëten?’

In de langdurige zorg draait eten om veel meer dan alleen smaak. Goede voeding draagt bij aan herstel, gezondheid, comfort en kwaliteit van leven. Tegelijkertijd heeft niet iedere bewoner dezelfde voedingsbehoefte. De één heeft extra eiwitten nodig om aan te sterken, de ander mag juist minder zout gebruiken. Sommige bewoners hebben een allergie, terwijl anderen moeite hebben met kauwen of slikken. Daarom werken we met verschillende diëten en voedingsaanpassingen. Soms lijkt het ingewikkeld, maar eigenlijk zijn de meeste aanpassingen onder te verdelen in vier groepen.

Altijd goed kijken!

Veilig eten is echt maatwerk, want elk mens is uniek. We letten niet alleen op diëten, maar ook op allergieën en hoe dik of dun het eten moet zijn. Er zijn wel honderden combinaties! De diëtist, verpleegkundige of arts maakt de afspraken, maar de patiënt kiest zelf wanneer en hoeveel hij eet.

We kunnen alles verdelen in vier duidelijke groepen

  1. Medische diëten (bij ziekte of herstel)

Dit zijn diëten die nodig zijn vanwege een ziekte of herstel. Dit betekent dat iemand van bepaalde stoffen juist extra, of juist minder mag hebben.

  • Energieverrijkt of eiwitrijk: Extra bouwstoffen voor herstel.
  • Eiwitbeperkt: Minder eiwit (vaak bij nierziekten).
  • Zoutarm: Minder zout voor een goede bloeddruk en vochtbalans.
  • Licht verteerbaar: Minder vet en makkelijk te verteren.
  • Kalium (beperkt of rijk): Bij bijv. hoge bloeddruk of nierproblemen.
  1. Kauw- en slikproblemen (IDDSI-levels)

De IDDSI-schaal (niveau 0 t/m 7) zorgt ervoor dat patiënten met slikproblemen veilig kunnen eten en drinken. Hoe hoger het getal, hoe vaster de voeding.

  • IDDSI 0: Dun vloeibaar (bijv. appelsap)
  • IDDSI 3 & 4: Gladde tot dikke moes zonder stukjes (bijv. appelmoes)
  • IDDSI 6: Zachte stukjes (bijv. zachtgekookte appelblokjes)
  • IDDSI 7: Normale voeding, maar wel gemakkelijk te eten.
  1. Allergieën en intoleranties

Deze voedingsaanpassingen voorkomen klachten of allergische reacties.

  • Glutenvrij: Zonder gluten uit tarwe, rogge, gerst en spelt.
  • Lactosevrij: Zonder melksuiker
  • Koemelkvrij: Zonder ingrediënten van koemelk
  • Allergenenvrij: Geen pinda, noten, soja, vis, sesam, schaaldieren, selderij, mosterd of andere bekende allergenen.
  1. Geloof en cultuur

Deze keuzes sluiten aan bij de levensbeschouwing of persoonlijke overtuiging van iemand.

  • Halal: Bereid volgens Islamitische regels.
  • Koosjer: Bereid volgens Joodse regels
  • Vegetarisch: Geen vlees of vis.
  • Veganistisch: Geen producten afkomstig van dieren, zoals vlees, vis, melk, ei of honing.
Inspiratiekaart ‘Ga weg met de schijf van vijf’

Inspiratiekaart ‘Ga weg met de schijf van vijf’

Inspiratiekaart ‘Ga weg met de schijf van vijf’

De Schijf van Vijf kan inderdaad aanvoelen als strafregels schrijven, zeker als je het idee krijgt dat veel van je favoriete ‘lekkernijen’ niet mogen. En laten we eerlijk zijn, wie wil nu zijn bewoners iets afpakken, zeker als ze al wat ouder zijn en het leven vooral draait om genieten? Het voelt soms alsof ‘zoethouden’ makkelijker is dan ‘opvoeden’ als het op eten aankomt. Maar geen zorgen, het is zeker haalbaar om hierin je weg te vinden zonder het plezier in eten te verliezen én tegelijkertijd bij te dragen aan hun welzijn!

Focus op meer van het goede

Het is helemaal niet de bedoeling om strikte regels op te leggen of favoriete snacks te verbieden. Juist niet! Het gaat erom te laten zien hoe kleine, slimme aanpassingen in het dieet kunnen zorgen voor meer energie, minder kwaaltjes en gewoon een fijner gevoel. Je hoeft niets af te pakken, je voegt juist iets toe: vitaliteit en welzijn. Bij keukentijgers geven we vaak als voorbeeld: advocaat met slagroom én voeg daar een aardbei aan toe.

Aan elk maanthema van Keukentijgers is een voedingsadvies gekoppeld. Het idee is dat als je per maand focust op één gezonde gewoonte, je op een inspirerende manier je eetgewoonten verbetert.

Alle thema’s op een rij met het voedingsadvies

De balans opmaken- Eet niet te veel en niet te weinig. Zorg dat elke hap van waarde is voor je gezondheid en welzijn.

Meer noten op je zang- Neem dagelijks een handje noten. Ze zijn een mooie bron van onverzadigde vetten, en die zijn OK!

Volkoren moet je 3x horen- Kies drie keer per dag voor volkoren graanproducten. Van volkorenbrood tot havermout.

Blij ei- Eet ongeveer 80 gram eiwit per dag, in gelijke verhouding dierlijk en plantaardig.

Fris & fruitig– Neem elke dag twee verschillende soorten fruit. Denk aan 2 stuks of 200 gram fruit.

Je eigen boontjes doppen- Zet wekelijks peulvruchten op het menu. Peulvruchten zijn een bron van plantaardige eiwitten.

‘t hoofd koel houden– Drink voldoende: 1,7 tot 2 liter per dag, bij voorkeur water. Ons lichaam bestaat immers voor 60% uit vocht.

Ongezouten mening– Voorkom dat je meer dan 6 gram keukenzout per dag binnenkrijgt. Denk daarbij ook het zout in kant-en-klaar producten.

Groen genoeg?– Zorg voor 250 gram groenten per dag, verdeeld over de dag. Boordevol vitamines en mineralen.

Als een vis in het water- Eet wekelijks vis, bij voorkeur vette vis. Denk daarbij aan omega 3 vetten.

Appeltje-eitje- Stap over van dierlijke naar meer plantaardige producten. Eigenlijk van eitje naar appeltje dus…

De slingers ophangen- Geniet van het eetmoment. Weet waar suikers in zitten, zodat je bewust kunt kiezen.

Inspiratiekaart ‘Eten en drinken voor 72 uur’

Inspiratiekaart ‘Eten en drinken voor 72 uur’

Inspiratiekaart ‘Eten en drinken voor 72 uur’

Wat als de stroom 72 uur uitvalt? De stroomuitval in Spanje laat zien hoe kwetsbaar de maatschappij is. Jouw zorgorganisatie heeft vast al nagedacht over noodscenario’s als er een ramp gebeurt waardoor er geen stroom, water of gas meer is. Vanuit de jouw rol kan je hier ook over meedenken. Wat kun jij in huis hebben voor 72 uur, als er geen stroom is? Denk aan noodvoeding die lang houdbaar is, makkelijk te openen is en warm of koud gegeten kan worden. Zorg dat het eten genoeg voedingsstoffen bevat. Niet alleen handig voor een ramp, maar ook als de boodschappen een dag niet geleverd worden.

Blijf vooral rustig

Het is zo ver, er is een noodsituatie. Hoe handel je in een noodsituatie?

Haal eerst rustig adem. Ga vandaag eens na of er per persoon minstens 2 liter water in huis is. Het advies is :” Zorg voor 1,5–2 liter drinkwater per dag per persoon”. De eerste dag red je zeker met wat er uit de koelkast komt en sap wat op de plank staat. Begin met deze week 2 liter water per persoon in huis te halen.

Maak eerst op wat kan bederven

  • Laat de koelkast zo lang mogelijk dicht. Zo blijven je spullen zeker nog 4 uur goed.
  • Verwerk eerst de kwetsbare producten zoals vleeswaren, rauw vlees of vis of gesneden groenten. Bij een temperatuur van boven 15 °C kun je andere producten zoals yoghurt en melk ook beter weggooien. Nu komt die losse HACCP-thermometer goed van pas.
  • Denk aan de hygiëneregels. Wanneer je producten niet juist kan verwarmen of koelen, neem daar dan afscheid van.

Basisregels hygiënecode op een rijtje:

  • Houd rauwe producten gescheiden van bereide producten. Juist omdat je wellicht minder goed kan verhitten tot een temperatuur van 60°C of hoger.
  • Kip en varkensvlees moet je verhitten tot 75°C of hoger- dit herken je als het vlees wit ziet.
  • Ontdooide producten mag je niet meer invriezen.
  • Noteren van afwijking komt later wel, onderneem eerst actie.