Spel van verleiden: De sfeer bepaal jij

Spel van verleiden: De sfeer bepaal jij

Spel van Verleiden: De sfeer bepaal jij!

Wist je dat de sfeer aan tafel de helft van de maaltijdervaring bepaalt? In de categorie ‘Spel van Verleiden’ kijken we elke maand naar kleine – vaak onbewuste – elementen (‘nudges’) die ervoor zorgen dat het eten & drinken net wat beter gaat. Denk aan geuren, kleuren, en muziek. Deze keer sta jíj als sfeermaker centraal. En het mooiste: daar heb je geen extra budget voor nodig, alleen jouw bewuste aandacht.

Creëer rust

Er gebeurt altijd veel in de zorg. Het is soms lastig om te doen alsof je níet gehaast bent. Toch is dat de eerste tip. Op het moment dat je bewust mensen uitnodigt om aan tafel te gaan zitten, bewust nog een keer verteld wat er gegeten gaat worden en met 100% aandacht mensen laat eten, smaakt het eten net wat beter.

Ruim de rommel op

Kijk even goed om je heen voor het eetmoment. Is alle overbodige ‘ruis’ weg? Liggen er nog papieren in het zicht of zelfs op tafel? Haal dit uiteraard weg.

Verminder negativiteit

Er kunnen aan tafel kleine (of grote) opmerkingen gezegd worden, die de sfeer kunnen beïnvloeden. Van bewoners die op elkaar kibbelen omdat een andere bewoner te stil of te luidruchtig is tot hoe ze het eten vinden. Luister uiteraard naar de opmerking en schat snel in wat je ermee moet. Wellicht is een grappige opmerking er wel voldoende om de sfeer weer positief te maken.

Geef een compliment

Vertel een bewoner hoe goed hij aan het eten is. Benoem dat iemand zo lekker veel eet. Zeg dat het er zo gezellig uit ziet. Creëer een warme en fijne situatie door zulke elementen te benoemen.

Waarschijnlijk krijg je door deze punten zelf nog veel meer suggesties. Wat is jouw gouden sfeertip? Deel hem met ons via info@keukentijgers.com. Onthoud: elk eetmoment is een kans. Dus, sfeermaker, pak die regie en maak van de volgende maaltijd weer een warm moment!

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Even een korte opfrisser over hoe je producten het beste kunt bewaren in de zorg. Omdat bewoners vaak een minder sterk afweersysteem hebben, is het extra belangrijk om hier scherp op te zijn. Voor veel van jullie is dit gesneden koek, maar twijfel je nog? Neem dan contact op met de afdeling kwaliteit.

1. Doe alles in schone bakjes

Een goede start is altijd met schone bakjes en schalen. Open je een nieuw pakje kaas of fruit, maak dan eerst het bakje of de schaal schoon voordat je het erin doet. Zo hebben bacteriën minder kans. Het is handig om een schema te hebben voor het schoonmaken van de koelkast en de kastjes, zodat dit periodiek gebeurt. Idealiter maak je de koelkast elke maand schoon en de diepvries ongeveer elke drie maanden.

2. Zet je koelkast op 4 °C

Zet je koelkast op 7 graden, of idealiter zelfs op 4 °C. Bacteriën groeien dan minder snel. Met een koelkastthermometer kun je controleren of je koelkast koud genoeg staat.

3. Zet de gekoelde producten zo snel mogelijk (terug) in de koelkast

Bacteriën groeien veel sneller buiten de koelkast. Eten dat langer dan 2 uur buiten de koelkast heeft gestaan, moet je weggooien. Schenk dus de melk in en zet het daarna meteen weer terug in de koelkast bijvoorbeeld. Beleg brood met vleeswaren ook in de keuken of als als eerste broodje bij de lunch zodat het daarna weer in de koelkast kan. Is er een feestje? Slagroomtaart moet ook gekoeld blijven.

4. Zet de producten die ‘koel bewaard’ moeten worden, in de voorraadkast

Niet alle producten hoeven in de koelkast. Veel houdbare producten zoals melk, paprika, komkommer of tomaten kunnen prima in de voorraadkast, zolang de temperatuur daar maximaal rond de 15 graden is. Producten die op het etiket hebben staan “gekoeld bewaren” of “na openen gekoeld bewaren” horen uiteraard in de koelkast.

5. Laad de koelkast niet té vol

Als de koelkast te vol zit en lang openstaat tijdens het vullen, kan hij niet goed koelen. Verdeel de boodschappen eventueel over twee koelkasten of zet de koelkast tijdelijk iets kouder. Een simpele check: voel na een uur even een nieuw product en een product dat al stond; voelen ze ongeveer hetzelfde aan, dan koelt de koelkast goed.

6. Zet alles Fifo in de kast

Om overzicht te houden, pas je Fifo toe: First In, First Out. Zet nieuwe producten achteraan, zodat de oudste producten eerst worden gebruikt. Dit voorkomt dat voedsel te lang blijft staan. Daarnaast is het handig om stickers te gebruiken om aan te geven wanneer een product is geopend. Zo weet jij of je collega’s precies hoe lang iets al staat.

Familie betrekken bij passende zorg

Familie betrekken bij passende zorg

Familie betrekken bij passende zorg

Iedere bewoner is uniek, ook in hoe vaak familie op bezoek komt. Voor de één zijn kleinkinderen regelmatig te gast, voor de ander blijft het contact beperkt. Door familie actief te betrekken bij het dagelijks leven van bewoners, kun je niet alleen het sociale welzijn vergroten, maar ook de zorg beter afstemmen op persoonlijke behoeften.

Eenzaamheid bij ouderen

Ouderen ervaren vaak eenzaamheid: meer dan de helft van de mensen boven de 75 voelt zich eenzaam, en een aanzienlijk deel zelfs zeer eenzaam. Familie kan hierin een grote rol spelen. Hun aanwezigheid biedt niet alleen gezelschap, maar geeft ook waardevolle inzichten in de voorkeuren en gewoonten van de bewoner. Zo weet je bijvoorbeeld beter welke maaltijden of snacks favoriet zijn en hoe iemand het liefst geholpen wordt.

Kom in contact!

Het contact met familie kan al beginnen bij kleine, dagelijkse momenten. Een gesprek over vroegere eetgewoontes of favoriete gerechten geeft jou als zorgverlener handvatten om maaltijden persoonlijker te maken. Nodig familie uit om mee te denken over de lunch of avondmaaltijd, of laat hen een keer helpen met voorbereiden of serveren. Dit hoeft niet ingewikkeld te zijn: een paar handen bij het dekken van de tafel of het klaarzetten van ingrediënten kan al een groot verschil maken.

Ook bij de intake van een nieuwe bewoner is het waardevol om familie te betrekken. Vraag naar voorkeuren, gewoonten en eventuele bereidheid om mee te helpen bij activiteiten. Zo leg je een basis voor passende zorg die aansluit bij het leven en de wensen van de bewoner.

Door familie structureel te betrekken, ontstaan meerdere voordelen. Bewoners voelen zich gezien en gehoord, familie krijgt inzicht in het dagelijkse leven van hun naaste, en jij als zorgverlener kunt efficiënter werken en meer persoonlijke aandacht geven aan bewoners die minder sociale contacten hebben. Samen eten, samen koken of gewoon samen een praatje maken, zijn kleine acties die grote impact hebben op het welzijn van bewoners.

Kortom, familie is niet alleen gast, maar ook partner in de zorg. Door hen actief te betrekken, wordt de zorg persoonlijker, aangenamer en vaak een stukje eenvoudiger. Het draait om samen momenten creëren, passend bij de behoefte van de bewoner, en het werk in de zorg een beetje lichter maken.

Een goed begin

Een goed begin

Een goed begin is het halve werk!

De maand staat in het teken van ‘appeltje-eitje’: kleine acties die het werk makkelijker maken en soms plantaardige keuzes stimuleren. Voor vandaag staat op de planning hoe voorbereiding daarbij kan helpen!

Laat de collega’s van de nacht de tafel dekken

De collega’s die in de ochtend beginnen zijn verantwoordelijk voor het ontbijtmoment. Rond 7 uur begint de dag meestal en wordt er aandacht aan de bewoners en het ontbijtmoment gegeven. Als jij eerder op de dienst bent en geen bewoners hoeft te verzorgen, kun je in een paar minuten de borden, het bestek, het brood en het zoete beleg neerzetten. Zo scheelt het je collega’s een hoop gedoe en start de dag voor hen een stuk prettiger!

Kijk vooruit

Probeer daarnaast vooruit te denken wat er later op de dag moet gebeuren. Is er nog genoeg koffie of zijn de lunchproducten op voorraad? Zelfs kleine acties zoals een snijplank vast klaarleggen, aardappelen en andere ongekoelde producten op het aanrecht zetten of de aardappelen schillen en onder water leggen, maken het werk van je collega sneller en gemakkelijker. Door één stap vooruit te lopen, help je niet alleen je collega, maar loopt jouw eigen dienst vaak ook soepeler.

Gebruik de binnenkant van een keukenkastje

Een andere tip is om een fysiek communicatiepunt in te richten, bijvoorbeeld aan de binnenkant van een keukenkastje. Daar kun je opschrijven wat er de volgende dag gekookt kan worden, wat al is voorbereid of wat er nog moet gebeuren. Is er niets te melden? Dan kan een vrolijke quote de boodschap vervangen. Door een klein kladblokje op te hangen, kun je makkelijk het volgende bericht afscheuren en blijft alles overzichtelijk.

Zie patronen

Kijk ook naar de patronen in het werk. Wordt er elke dag jus gemaakt? Maak dan één liter op maandag en vries deze in ijsblokzakjes in. Eén blokje is meteen een portie en kan door je collega eenvoudig worden gebruikt. Hetzelfde principe kun je toepassen op andere terugkerende taken: hoe kun je deze zo organiseren dat ze niet steeds opnieuw geregeld hoeven te worden?

Leer een goed tussendoortje uit je hoofd

Tenslotte kan het handig zijn om één goed tussendoortje uit je hoofd te leren. In de hectiek van de dag lukt het soms niet om gevarieerde snacks te serveren, maar als iedereen één tussendoortje beheerst, kun je twee maanden lang een gevarieerd assortiment aanbieden. Na die tijd wissel je van tussendoortje, en zo bouw je in een jaar tijd een repertoire van zes lekkere en snelle snacks die je makkelijk op tafel kunt zetten.

Welke voorbereiding kun jij vandaag doen om de dag voor jezelf en je collega’s meer een Appeltje-Eitje te maken? Deel je ideeën via #keukentijgers en help elkaar het werk makkelijker en leuker te maken!

Spel van verleiden: Proeven voor meer beleving

Spel van verleiden: Proeven voor meer beleving

Spel van verleiden: Proeven voor meer beleving

In de zorg draait alles om kleine momenten die een groot verschil maken. Met de rubriek ‘spel van verleiding’ geven we tips om bewoners subtiel te prikkelen, zodat ze zich nog meer gezien, gehoord en fijner voelen. Deze keer ligt de focus op de nudge: proeven.


Het effect van proeven

Een klein hapje proeven, zoals bij de bakker, maakt dingen vaak aantrekkelijker. Dit principe werkt ook in de zorg: proeven verhoogt positieve verwachtingen, betrokkenheid en het plezier van een maaltijd of activiteit.


Proeven bij het koken

Laat bewoners alvast een stukje paprika, rozijntjes, wortel of ander ingrediënt proeven. Zo ervaren ze het eten als smakelijker, krijgen meer zin in de maaltijd en voelen zich betrokken. We weten dat de bewoners steeds zwaardere aandoeningen hebben in de zorg. Door ze iets kleins te geven terwijl jij kookt, is er toch een vorm van participatie bij het eetmoment. Voor bewoners met verminderde eetlust kan dit een groot verschil maken.


Keuzes laten proeven

Maak proeven interactief: leg twee soorten groenten, toppings of kruiden naast elkaar en vraag welke ze lekkerder vinden. Zo krijgen bewoners een stem in hun maaltijd, wat autonomie en plezier vergroot.


Proeven of het klaar is

Laat bewoners af en toe mee beoordelen of een gerecht klaar is. Laat je ze even een lepeltje van jouw stoof met linzen laten proeven? Dit versterkt contact en geeft hen het gevoel mede-eigenaar van het eten te zijn.


Activiteit met proeven

Laat de bewoner eens blind iets proeven. Ogen dicht en raden wat het is. Of leg een paar producten neer die zoet, zuur, zout of bitter zijn. Vraag naar hun voorkeur. Of pak een paar producten en praat over herinneringen en ervaringen.

Tips voor succes

  • Kleine hapjes zijn genoeg; het gaat om beleving.
  • Praat erbij over smaak, kleur of textuur.
  • Houd rekening met kauw- of slikproblemen.
  • Wissel vertrouwde smaken af met nieuwe smaken voor variatie.

Door bewoners te laten proeven maak je het eten leuker, vergroot je betrokkenheid en creëer je kleine geluksmomentjes. Een eenvoudige manier om meer beleving, plezier en autonomie in het dagelijks leven te brengen.