door Yvette Magrijn
Inspiratiekaart ‘Koken met gemak’
Maak het jezelf gemakkelijk
Er is niets mis mee om het jezelf af en toe makkelijk te maken. Tijdens het eten gebeurt er zoveel: bewoners naar de tafel begeleiden, de tafel dekken en dan nog die onverwachte dingen die aandacht vragen. Dan is het fijn als het eten al klaarstaat in de oven, in een schaal of pan. Iets wat niet kan aanbranden en dat je zo op tafel zet. Iets wat op dat moment de stress niet verhoogt. Het hoeft zeker niet ongezond te zijn.
Bereid eerder voor
Om 15.00 uur is het vaak rustiger dan rond etenstijd. Als er geen haast is, kunnen bewoners prima helpen. Ga lekker aan tafel zitten met een pot thee en begin met het snijden van groenten. Denk bij makkelijk voorbereiden aan ovenschotels, maaltijdsalades of maaltijdsoep. Dit kun je ook klaarmaken voor de volgende dag, met bijvoorbeeld restjes aardappelen van het avondeten, of voor je collega als de bezetting niet sterk is.
Inspiratie voor ovenschotels
- Prei-kerrie-gehakt ovenschotel: Schil de aardappels vroeg in de middag aan tafel. Het maakt niet uit als ze doorkoken, want ze worden toch puree. Bak gehakt rul met prei in plaats van gehaktballen te maken. Bouw de schotel in laagjes op en bestrooi met kaas. Zet het 45 minuten in de oven. Een ovenschotel blijft lang heet, dus het maakt niet uit als je 10 minuten later eet.
- Zuurkoolschotel met warm gerookte zalm.
- Spinazie à la crème met pasta, ei en witte bonenbechamel.
- Lasagne, maar dan met courgette of pompoen in laagjes er tussendoor.
- Bloemkoolschotel, kijk hiervoor ook eens naar ons Mac and cheese recept met bloemkoolrijst erdoor.
Voorbeelden van maaltijdsoepen
Bij herfstweer denken we natuurlijk aan Nederlandse erwtensoep. Maar kijk ook eens naar andere landen, bijvoorbeeld paprikasoep met bonen en (vegetarische) pittige worst, of een Provençaalse vissoep (diepvries zeevruchten en blikje tonijn) met linzen, tomaat, venkel, ui en courgette). Bij soep hoort vaak brood, vers afgebakken met kruidenboter of tapenade. Terwijl jij de soep opschept, genieten zij al van het brood.
door Yvette Magrijn
‘Creatiespiraal’: Waarderen #11
door Yvette Magrijn
‘Creatiespiraal’: Ontvangen #10
door Wenda Linthorst
Vis proeven als vegetariër
Hoe kun je zeker weten dat een gerecht goed is wat jij niet lust? Hoe kun je als medewerker met een islamitische achtergrond keuren of de spekjes lekker krokant zijn? Of houd je niet van gehaktbal en moet jij dat klassieke vlees even voorproeven? Of ben je vegetariër en moet jij de vis even keuren voordat deze op tafel wordt gezet?
Bij Keukentijgers komen we in veel verpleeghuizen en verzorgen we maaltijden voor de oudere generatie. Zoals je wellicht weet, eten zij vaak klassiek: gerechten die herkenbaar zijn en die ze al hun hele leven gewend zijn te eten. Dit kan een uitdaging zijn wanneer je een gerecht moet bereiden dat je thuis nooit hebt gegeten of gemaakt. Misschien heb je een islamitische achtergrond en ben je niet vertrouwd met bijvoorbeeld boerenkoolstamppot, of ben je een student en heb je nog nooit aardappelen gekookt. De vraag is dan: hoe weet je of iets goed is, als je het zelf nooit hebt geproefd, of niet kunt, wilt of mag proeven
1. Kies een bewoner uit!
De belangrijkste tip is om dit samen met een bewoner te doen. Schep bijvoorbeeld een stukje spek op een lepel en laat het voorproeven aan een bewoner. Vraag of het knapperig genoeg is. Dit zorgt niet alleen voor een nuttige smaaktest, maar ook voor een mooi interactiemoment met de bewoners. Heb je moeite met de taal? Kijk dan hoe je toch op een andere manier in contact kunt komen. Eten verbindt mensen, ongeacht taal of achtergrond, en zo kun je samen een fijne ervaring creëren rondom de maaltijd.
2. Betrek je collega’s
Als je een gerecht moet bereiden dat je niet kent, is het belangrijk om dit eerlijk te benoemen. Vertel bijvoorbeeld: “Ik ken dit gerecht niet en heb het zelf nooit gegeten, en ik ga het ook niet eten.” Dit kan voor sommige mensen vanzelfsprekend klinken, maar vaak staan mensen die wekelijks bijvoorbeeld stamppot eten er niet bij stil dat er collega’s zijn die dat eigenlijk niet kennen.
Vraag gerust om advies: “Hoe ziet het gerecht eruit als het goed is?” of “Hoe weet ik dat het klaar is?” Op die manier kun je alsnog een gerecht maken dat voldoet aan de verwachtingen, ook al heb je het zelf nooit geproefd.
3. Vraag het aan familieleden
‘Hoe vindt uw vader dit eten het lekkerste, proeft u even mee?’ is een leuke aanleiding om in contact te komen met de familie.
4. Vind het op Internet
Kijk eens op Internet hoe dit gerecht er uit moet zien en hoe het moet smaken. Bekijk enkele plaatjes van het gerecht en lees er over. Van veel recepten zijn ook filmpjes op YouTube te vinden. Ook 24Kitchen legt het vaak goed uit.
5. Kijk en ruik!
Ook al kun je het gerecht misschien niet eten, je kunt zeker wel kijken en ruiken! Leer van de stappen 1 t/m 3 hoe het proces verloopt en hoe het gerecht uiteindelijk het beste op tafel gezet kan worden. Hoewel niets beter is dan proeven, kun je altijd een van de eerder genoemde betrokkenen vragen om even te proeven. En als je weet dat een collega een bepaald gerecht niet eet, laat haar dan zien hoe jij het maakt. Zo leert ze via jou de kneepjes van het vak!
door Wenda Linthorst
Minder verspillen door koken op maat
Minder eten klaarmaken. Dat is een van de tips om geld te besparen en is beter voor de planeet. In de zorg wordt volgens Diversio (2016) 40% van het eten weggegooid rondom de bereiding. In dit artikel focussen we graag op de hoeveelheid die nodig is!
Stel je voor, je krijgt thuis gasten. Natuurlijk wil je niet te weinig maken, dus je maakt net even wat extra. Uiteindelijk blijft er vaak een flinke hoeveelheid over die je niet op die dag op krijgt. Soms kun je het nog in de koelkast zetten, maar helaas belandt het soms ook in de prullenbak. Met de strakke budgetten in de zorg en de groeiende bewustwording dat we allemaal goed voor onze planeet moeten zorgen, is dit een extra reden om hier eens serieus naar te kijken.
Hoe ouder, hoe minder we eten
Als je de leeftijd van 70+ hebt bereikt, beweeg je over het algemeen natuurlijk minder dan een 35-jarige. En als je dan ook nog in een huis van een zorgorganisatie woont, is de kans groot dat je nog minder actief bent. Dat betekent simpelweg dat de bewoners niet zoveel meer hoeven te eten als jongere mensen. Je hoeft dus niet exact te maken wat je voor jezelf thuis ook zou maken. Natuurlijk verschilt het van persoon tot persoon, dus het is belangrijk goed te kijken naar de specifieke groep bewoners.
Minder aardappelen
Voor volwassenen wordt door het Voedingscentrum 4 tot 5 eetlepels rijst, pasta of aardappelen per dag aangeraden. Maar voor iemand van 75 jaar of ouder daalt dit naar 3 eetlepels. Dat betekent dat je een aardappel minder hoeft te schillen voor je bewoners, en dat scheelt je ook nog eens tijd! Je kunt dus eerder tevreden zijn met wat er gegeten is. Je vraagt je misschien weleens af of het genoeg is, maar dat kan dus zeker genoeg zijn!
Minder brood
Voor een vrouw van 35 is de richtlijn van het Voedingscentrum om elke dag 4 tot 5 boterhammen te eten. Bij een vrouw van 75 jaar is 3 boterhammen al voldoende. Heeft de bewoner bij het ontbijt twee boterhammen gehad? Dan kan het zomaar zijn dat één boterham bij de lunch al genoeg is! Ook dit verschilt natuurlijk per locatie of groep. Wie weet worden er bij jou wel vijf boterhammen gegeten, en dat is natuurlijk helemaal prima!
Groente blijft
Of je nu 35 jaar bent of 75 jaar, het Voedingscentrum raadt aan om dagelijks 250 gram groente te eten. Voor 70+ ers wordt aangeraden om minimaal 150 gram groente bij de avondmaaltijd te eten. Met de kleinere porties die ouderen eten, is het dus superbelangrijk om overdag ook groentemomenten in te lassen. Leg eens wat stukjes komkommer naast een broodje bij de lunch. Dip eens reepjes paprika in de hummus om half 4. Heb je een beetje extra tijd? Dan is een zelfgemaakte soep van groente die je nog in de koelkast hebt liggen de uitkomst. Dat komt de duurzaamheid ook nog eens ten goede. En de bewoners? Die kennen dat ook wel, vroeger was er tenslotte ook vaak restjessoep. Zo zorg je niet alleen voor een gezond dieet, maar draag je ook bij aan een duurzamere wereld. En dat allemaal met een knipoog naar vroeger!
door Wenda Linthorst
Eet met de seizoenen
De klimaatverandering is flink aan de gang. De zomers worden warmer in Nederland. Op elk niveau zijn we ons er bewust van dat we meer moeten letten op onze keuzes. Een van de zaken die erg helpt bij het verminderen van jouw uitstoot, is wát je koopt. Een artikel over de seizoenen die je kunt gebruiken in de zorg, maar ook thuis!
Het is september op het moment dat dit artikel uitkomt. In deze maand is het thema bij Keukentijgers Groen Genoeg. Welke groenten en fruit kun je het beste eten dit seizoen omdat dat nu geoogst wordt? Eigenlijk heel veel! Als boerendochter zie ik deze maand veel gebeuren. Uien komen van het land. Wortelen worden geoogst. Hier en daar zelfs nog wat aardappelen. Maar ook de broccoli, prei en bloemkool zie je komen. Kijk maar eens goed op het land als je eens langs een veld rijdt wat er gebeurt.
Wat eten we nu niet?
Boerenkool en spruiten zijn echte wintergroentes en kun je beter nu nog niet eten. Toch zin in stamppot? Doe dat dan met bijvoorbeeld andijvie. Verse doperwten en asperges zie je in het voorjaar. Mocht je nu nog ergens asperges kunnen kopen, is het beter om dit over te slaan. Het is duur en absoluut geen groente die past bij het najaar.
Peultjes, haricot verts en suger snaps zijn maar kort van Nederlandse bodem verkrijgbaar. Let er maar eens op of dit niet van ver weg komt. Dan wordt dit ingevlogen en is dus niet duurzaam.
Hoe weet ik wat in het seizoen is?
Meestal zijn de seizoens groenten wel in de aanbieding. Daar is tenslotte veel van aanwezig. Dit is de gemakkelijke manier om volgens het seizoen te eten.
Januari tot maart meest karig
De eerste drie maanden van het jaar gebeurt er het minste qua oogst in Nederland. Je zult zien dat er dan meer producten in de supermarkt uit het buitenland komen of dat er zelfs een iets kleiner assortiment is. Een leuke periode om wat meer te werken met bonen of nu alvast wat zaken in te vriezen. Invriezen is goed voor de portemonnee en duurzaam!
Fruit door het jaar heen
Het Voedingscentrum heeft een ezelsbruggetje voor het fruit dat je het hele jaar kunt eten en altijd een duurzame keuze is. ABCDE. Dit zijn Appels, Bananen, Citrusfruit, Druiven, En peren. Appels en peren komen uit Nederland. Bananen en Citrusfruit komen uit Zuid-Europa of Zuid-Amerika. Doordat ze met grote aantallen komen, valt de milieubelasting mee, zeggen zij. De reis van bijvoorbeeld Spanje naar hier heeft relatief weinig impact. De sinaasappel kun je dus zeker nog wel voorschotelen aan de bewoners!
Zacht fruit
Zacht fruit zoals bessen, aardbeien, bramen en frambozen, komen ook uit Nederland. Dit is echt zomerfruit. Sla deze zachte fruitsoorten over in de winter. Wat natuurlijk wel kan, is een overschot aan zomerfruit invriezen voor een smoothie of jam er van maken.