Deze maand draait het bij Keukentijgers om je eigen boontjes doppen. We nemen je mee in de wereld van peulvruchten, met linzen als voorbeeld. Zo helpen we je om minstens één keer per week peulvruchten op tafel te zetten. Maar ‘je eigen boontjes doppen’ gaat niet alleen over koken. Het gaat ook over hoe jij omgaat met situaties op je werk.
Van wijzen naar aanpakken
Op de werkvloer wijzen we al snel naar een ander als er iets misgaat. Bijvoorbeeld: “Zij heeft niet opgeruimd, dus eten de bewoners nu te laat.” Zulke opmerkingen zijn vaak een teken dat afspraken niet duidelijk zijn of dat de communicatie beter kan. Wat de oorzaak ook is, het belangrijkste is: hoe komen we samen verder?
Begin met het doel
Benoem eerst wat het doel is. Bijvoorbeeld: de bewoners verwachten dat het warme eten om half zes op tafel staat. Ga daarna in gesprek met je collega’s: wat is er nodig om dat voor elkaar te krijgen? Wie doet wat? Als iedereen weet waar hij of zij aan toe is, voorkom je onduidelijkheid en frustratie.
Praat met de juiste mensen
Heb je iets al meerdere keren aangegeven zonder resultaat? Dan is het tijd om het anders aan te pakken. Misschien spreek je de verkeerde persoon aan, of komt je boodschap niet goed over. Richt je tot de juiste collega of de leidinggevende, eventueel samen met iemand die hetzelfde probleem ervaart. Leg rustig uit wat er speelt en kom met een voorstel voor een oplossing. Leidinggevenden waarderen het als je meedenkt en initiatief toont. Jij ervaart het probleem van dichtbij en weet vaak zelf al wat er nodig is om het op te lossen.
Bijt je er twee maanden in vast
Verwacht niet dat alles meteen verandert. Geef jezelf de tijd om ergens aan te werken, bijvoorbeeld twee maanden. Zet je keihard in om het probleem aan te pakken, praat erover met collega’s en blijf positief. Gaat het na een tijdje nog steeds mis? Laat je dan niet ontmoedigen, maar blijf volhouden. Werkt het na die twee maanden nog steeds niet? Dan kun je het met een gerust hart loslaten. Jij hebt je best gedaan. Blijf optimistisch en maak er het beste van.
Wees assertief, niet agressief
Blijf op een duidelijke manier benoemen wat je nodig hebt, zonder beschuldigend te zijn. Assertief zijn betekent dat je het bij jezelf houdt en je intentie helder maakt. Bijvoorbeeld, in plaats van te zeggen: “Ruim het aanrecht op!”, zeg je: “Ik zie dat het aanrecht niet is opgeruimd. Daardoor begin ik later met koken en eten de bewoners te laat. Dat maakt hen onrustig. Wil de dagdienst helpen zorgen dat het eten op tijd klaar is?” Daarmee nodig je uit tot samenwerking in plaats van dat je weerstand oproept.
Los het vandaag nog op
Klagen tijdens je dienst helpt eigenlijk nooit. Vaak voel je jezelf er ook niet beter door. Dus zie je iets wat niet lekker loopt? Ruim die vaat op of pak het aan zonder te mopperen. Je geeft zelf het goede voorbeeld én je voelt je daarna beter. Zo zorg je voor meer rust op de werkvloer en meer plezier in je werk.
Meer plezier in je werk
Je zult merken dat je eigen boontjes doppen eigenlijk best leuk is. Als het je lukt om iets op te lossen, krijg je vanzelf zin om het volgende punt aan te pakken. Zo maak je het werk voor jezelf én je collega’s een stuk leuker, makkelijker en efficiënter.
En nu jij
Wat is op dit moment jouw grootste ergernis op het werk? Welk probleem wil jij de komende twee maanden aanpakken? En welke boontjes ga jij zelf doppen?



